De droom bedrogen.

Ik wist natuurlijk wel dat ik droomde. Ik lag op een goudgeel strand onder een weldadig stralende zon terwijl een drietal halfnaakte schonen mij liefkoosde. Overdag maakte ik dat nooit mee.

        Zes vrouwenhanden wreven mijn lichaam in met zonnebrandolie en mijn genot zwol naar een hoogtepunt. Tegelijkertijd besefte ik echter dat de muziek van mijn wekkerradio zo meteen deze paradijselijke toestand aan flarden zou scheuren. Weer zou een droom bedrog blijken te zijn. Toen kwam een idee bij me op: wanneer ik er op mijn beurt in zou slagen om de droom te bedriegen, zou ze wellicht voortduren zolang ik wilde.

        Ik gebaarde een van de vrouwen dat ze haar tong uit mijn oor moest halen en vroeg haar om de gettoblaster, die ineens naast ons in het warme zand stond, aan te zetten.

        Mijn aandacht voor de vrouwen verslapte. Zou de truc werken? Zou de muziek zich in mijn de droom voegen zodat we zo dadelijk ons verrukkelijke strandspel konden voortzetten? De vrouw wendde zich met schommelende borsten van mij af en begon aan de knopjes van de gettoblaster te frunniken. Er gebeurde niets. Vragend keek ze me aan.

        Onnozele! dacht ik korzelig. Ik greep de gettoblaster, drukte een knop in en draaide de volumeknop helemaal open. Er gebeurde inderdaad niets. Zo meteen moest de muziek losbarsten en nu deed dat rotding het niet! Wanhopig begon ik de gettoblaster heen en weer te rammelen.

        Nu veranderde de sfeer van de droom. Er trokken wolken voor de zon en de vrouwen maakten aanstalten om te vertrekken. "Wacht nog even," smeekte ik, "de muziek begint zo." Maar mijn woorden gingen verloren in de wind die ineens op kwam zetten.

        Ik werd wakker met een katterig gevoel. Verwijtend keek ik naar de wekkerradio en zag dat die niet stond ingesteld: het was zaterdagochtend.